jericho

HISTORY & URBANISM: SENSE OF THE CITY

I discovered that the location of the 2 rooftopgradens has a rich history, tracing back to 1235, when the convent of the ‘White Sisters’ was established. In 1456 Philip the Good integrated the White Sisters in the cloister of Jericho. The address was on the Oude Graanmarkt, right around my corner, and their land had a surface of 4 hectares. They had vegetable gardens and orchards and even their own brewery. It is great to know that we can add another layer on top of this wonderful history.

south north east west
nord, south, east, west …

Het Brusselse regularissenklooster ‘Onze lieve Vrouw ter Rosen gheplant in Jericho’ wordt in 1456 (de akte dateert van 10 mei 1456) door de rechtstreekse tussenkomst van Filips de Goede, hertog van BourgondiĆ«, en diens vrouw Isabella van Portugal gesticht door samenvoeging van twee communiteiten: het Catharinaklooster van de Witte Zusters, gelegen aan de Oude Graanmarkt in Brussel, en het klooster van de reguliere kanunnikessen van Onze Lieve Vrouw ter Cluysen in Eigenbrakel dat op 5 april 1456 door brand verwoest was.
Enkele van de Witte Zusters uit het Catharinaklooster worden daarbij opgenomen in de nieuwe kloostergemeenschap Jericho. In 1490 gaat het klooster een spirituele associatie aan met de congregatie van Windesheim.
Het nonnenklooster “Onze Lieve Vrouwe der Roosen geplant in Jericho binnen Brussel”, of kortweg “Jericho”, gesitueerd op plaats waar nu de Brusselse Graanmarkt is, was met zijn 4 ha het grootste religieus complex van de stad. Het omvatte zelfs een kloosterbrouwerij. Het klooster Jericho verwierf over zijn 540-jaren bestaan talloze eigendommen in de omgeving van Brussel en mede dank zij de renten ervan ook een zekere rijkdom wat bleek bij de openbare verkoop van de goederen bij de opheffing van de kloostergemeenschap in 1783.
Reeds rond 1235 werd er het “Cloester van de Witte Vrouwen” gesticht door een groep Augustinessen, aanhangsters van St. Augustinus. Ze droegen er witte gewaden, vandaar de naam. In 1456 werd toenmalig priorin Barbara van Masenzele uitgewezen. Hertog Filips de Goede verving toen de gemeenschap van de “Witte Vrouwen” wegens “verzwakte tucht” door een andere, geestelijk verwante kloostergemeenschap, de Reguliere Kannunikessen van St. Augustinus uit Eigenbrakel. Die bleven er tot in 1783 de ‘verlichte’ keizer Jozef II de kloostergemeenschap samen met vele andere “nutteloos” verklaarde.
In juni en juli 1781 reisde de Habsburgse keizer Jozef II door onze kontreien om er ondermeer hospitalen, scholen, markten, en ook bestuursinstellingen te inspecteren. Vooral vond hij dat de Oostenrijkse Nederlanden slecht georganiseerd waren en het eigenbelang er primeerde ten koste van het algemeen welzijn. De ‘verlichte’ keizer die een jaar voordien zijn moeder keizerin Maria-Theresia opvolgde, startte vlug en met dwang een volledige reorganisatie van de samenleving naar Oostenrijks model. Hij begon met religieuze hervormingen en ontbond met het edict van 17 maart 1783 zowat 150 kloosters waarin een louter spiritueel leven werd geleid en die zich niet bezig hielden met zieken- of armenzorg. In tegenstelling tot latere maatregelen of edicten van Jozef II werd dit edict eerder positief onthaald omdat men van oordeel was dat de regulieren te veel rijkdom ophoopten.

Regularissenklooster_Jericho